Opent in een nieuw tabblad

Mindset

Hoe je kijkt bepaalt wat je ziet en vervolgens doet. Labellen geeft de mogelijkheid tot handelen en tot afstemmen met een ander. Maar kijk eens naar hoe vaak we iets een probleem noemen om op te lossen. We zijn daar echt aan verslaafd.

Deel artikel:

Deel 1. Ervaren en labelen

We maken de hele dag van alles mee. Vanuit de buitenwereld komt er van alles op ons af waar we ons toe willen en moeten verhouden. We nemen iets waar en dan beleven we, ervaren we. Het binnenlaten komen is het ervaren. Al vroeg of laat komt daar ook het benoemen van wat we waarnemen bij. Dit benoemen stopt het ervaren. Dit doen we om het in woorden te kunnen vastpakken, het met onszelf te verbinden en er een handeling op los te laten. Of we doen het aanvullend, om met een ander te verbinden. In het kort: er gebeurt iets buiten en binnen ons en zodra we zeggen dat het iets “is”, zetten we het vast en verdwijnt het ervaren.

Dit is handig, want als iets ongewenst of pijnlijk op ons afkomt, kunnen we het in onszelf, en eventueel met een ander, benoemen en daar naar handelen. Als iets wat we niet kennen op ons afkomt, benoemen we het als iets dat we niet weten. Daar kunnen we het bij laten of we gaan verder op onderzoek tot we het wel weten. Ook bij iets gewensts en fijns benoemen we op een bepaald moment, om te verbinden of te handelen.

Ik zwom onlangs in een duinmeer. Aan de andere kant streken enkele zwanen neer. Ik zwom verder. Toen ik omkeerde zag ik een zwaan sierlijk neerstrijken, zoals alleen een zwaan dat kan. Vijftig meter verderop, in mijn baan terug. Ik zwom door. Ik kwam op tien meter en bleef stil. De schoonheid zo vlak voor me trof me steeds dieper, net zoals de waarschuwende stemmen over zwanen verstomden. Ik zwom heel langzaam door tot twee meter en bleef daar. De zwaan ook. Vanuit mijn ogen, net boven de waterlijn, leek het licht te geven. Ik voelde de ontroering toenemen. Van de andere kant zag ik twee andere mensen aankomen. Die hielden ook stil. Ineens zei ik: “Mooier dan dit kun je het vandaag niet krijgen.” Ik kon het blijkbaar niet laten om stil te blijven. Mijn gevoel van magie verdween, en ook de zwaan keerde weg.

Dus als er iets gebeurt en we ervaren het, is er een moment van benoemen. Iets pijnlijks, iets onbekends, of iets fijns. In plaats van te ervaren, gaan we het dan labelen, benoemen. We zeggen dan bijvoorbeeld: “Het is…” en daarmee zetten we hetgeen buiten ons gebeurt vast, om het niet binnen te hoeven laten komen.

Zeggen dat iets is, staat haaks op de visie dat niets is, maar alles gebeurt.

Wat is ervaren?

Laat ik ook iets zeggen over beleven en ervaren. Het is een combinatie van:

  • een emotioneel proces: het raakt ons in ons gevoelsleven, onze angst, blijdschap, verdriet of boosheid;
  • een mentaal proces: het raakt ons in ons hoofd, ons weten, onze beelden, ons denken, ons snappen en bevatten;
  • een fysiek proces: het raakt ons in ons lichaam, temperatuur, spanning, tinteling, druk, scherpte en andere lichaamssensaties.

Het kunnen benoemen van wat niet te benoemen is, is vaak indrukwekkend. “Het was onbeschrijflijk…” is misschien wel de meest accurate uiting bij een ervaring die zich niet onder woorden laat brengen.

Waarom labelen we?

Er zijn situaties die we niet aankunnen, of op dat moment niet aan kunnen. Denk aan een grote ramp, een zware klap, maar ook aan een geboorte of een overweldigend natuurverschijnsel.

Maar er heerst ook veel angst dat we het niet aankunnen. Die angst is vaak niet gebaseerd op wat er nu gebeurt, maar op een geprojecteerde angst uit het verleden, of op een aangeleerde reflex. Die speelt mee in onze reactie.

Om niet te hoeven ervaren, zetten we onze denkkracht in. We willen controle hebben over de situatie. We gaan bedenken in plaats van ervaren. Hierin onderscheid ik drie bewegingen.

  1. Het herkennen in jezelf en het afstemmen met een ander. Dit is het overgrote deel van de functie van labeling. Niets mis met labeling!
  2. Het buiten ons willen houden: afstand nemen van de situatie, de mens, de gebeurtenis.
    • Bij ongewenste gebeurtenissen, om geen pijn te voelen. Hier speelt de angst om beschadigd te worden door wat er gebeurt en alleen te komen staan.
    • Bij gewenste gebeurtenissen, om niet voluit te hoeven ervaren hoe fijn iets eigenlijk is. Sommige ervaringen kunnen zo overweldigend zijn dat ook hier een angst optreedt: die van opgeslokt te worden.
  3. Het ermee aan de slag willen gaan. Hierin onderscheid ik drie manieren, of mindsets, die we inzetten. Daar gaan we nu verder mee.

Deel 2 – Welke drie mindsets komen we tegen?

Labelen, het benoemen, heeft dus een zinvolle functie. Ik ga hier in op drie mindsets die we inzetten om met wat er op ons afkomt aan de slag te gaan. Als er iets gebeurt, kunnen we reageren vanuit een van drie mindsets. Hiermee wil ik een onderscheid aanbrengen zodat je hopelijk iets herkent van een automatische piloot en bewuster eerder stilstaat, of ziet dat een andere manier van kijken zinvoller, plezieriger of gezonder is.

Het uitgangspunt hier is dat er iets gebeurt.

Mindset 1 – Probleem en oplossen

We labelen wat er gebeurt als een probleem. Ontstaan in het verleden, en dus moet het opgelost worden om straks geen schade of iets anders ongewensts te hebben. Het levert snel handelen op en is actiegericht. Uitermate geschikt voor noodsituaties. Iemands probleemoplossend vermogen is vaak een gevierde kwaliteit. In onze snelle samenleving wordt deze mindset vaak toegepast, zo al niet onzichtbaar, dan toch zeer dominant.

Mindset 2 – Uitdaging en invullen

Dat wat op ons afkomt labelen we als een uitdaging en gaan het vanuit de toekomst invullen. We staan even stil, bedenken een toekomstbeeld en een stappenplan. Vervolgens gaan we aan de slag naar die horizon. Geschikt voor creatieve processen, toekomstplanning en visieontwikkeling. Gericht op groei, creatie en verandering van wat er nu is.

Mindset 3 – Waarnemen en onderzoeken

In deze mindset labelen we niet. We blijven of gaan ervaren. We staan stil en vertragen. We vragen: wat gebeurt er precies buiten mij en binnen mij? We doorlopen een reeks onderzoeksgebieden: onze beleving, de belangen, de bedoeling, de beelden, de veiligheid, het verlangen, de wil, opties, keuze, en dan pas actie. Dit is de diepste manier: je vlucht niet in een label, maar onderzoekt werkelijk. Ideaal voor zelfonderzoek en gebruikt in grote delen van de wetenschap.

Dit artikel is een pleidooi om bewuster te zijn en van daaruit nieuwe keuzes te maken. De context van probleemgericht denken is zeer prominent aanwezig. Het is echt tijd om nieuwe alternatieven te herkennen, te erkennen en te verkennen. Vraag jezelf dus af: is dit een probleem om op te lossen, een uitdaging om nu aan te gaan, of gaan we het onderzoeken?

Natuurlijk doe ik ook het appel dat er meer vertraging komt. “We hebben niet de tijd om zo hard te rennen.” De verslaving aan probleemgericht denken is enorm. De maatschappij is er werkelijk mee doordrenkt. Het denken dat er een probleem is of gaat komen. Dieper duiken in de oorzaak en het gebeurde. Meer aanvoelen wat de pijn is en waarin die pijn doet. Net zoals het zinvol is om, als iets fijn is, je af te vragen: waarin doet dit “fijn”? Dan kom je bij de kern waaruit nieuwe, stevige antwoorden komen. Vanuit je kern, je hart.