Een universeel thema, een individuele beleving
Veiligheid is een universeel menselijk thema. Iedereen kent het. Iedereen heeft er behoefte aan. Maar hoe iemand veiligheid beleeft, is altijd individueel en situationeel. Dat is een cruciaal onderscheid.
Uitspraken als “het is hier onveilig”, “hij is onveilig” of “dit kun jij toch niet onveilig vinden” missen dit punt volledig. Ze sluiten het gesprek, in plaats van het te openen. Sterker nog, ik denk dat deze uitspraken verhogen de onveiligheidsbeleving omdat ze een algemene sfeer voeden.
Veiligheid is een universele term maar wordt individueel ervaren. Daar moet de ruimte voor terugkomen, bij ieder individu alooks bij hen die een collectief leiden. De uitspraak: “ik ervaar onveiligheid” is een opening voor een heel precies gesprek, waar je eigenlijk wel op zit te wachten.
Nieuwe taal, nieuw gesprek
Het onderscheid tussen “veilig” en “onveilig” is wat mij betreft te grofmazig. Ze verdelen de wereld in twee kampen, terwijl de werkelijkheid genuanceerder is. Ik gebruik een driedeling die meer recht doet aan wat mensen werkelijk ervaren:
Comfort — het bekende, het gemakkelijke. Hier weet je wat er te weten is, je zit in je flow. Dit is de zone waar mensen doen wat ze moeten doen. Hier wordt het werk gedaan. je bent hier in gesprek en ervaart verbinding en veiligheid.
Discomfort — het ongemakkelijke, het onbekende. Je weet iets niet, je wordt uitgedaagd, je moet bijstellen of begrenzen. Lastig, soms flink ongemakkelijk, maar je staat nog open. Je bent nog in gesprek. Je bent nog veilig. Dit is de zone van ontwikkeling, aanpassing, vernieuwing en begrenzing. De zone waarin mensen en dus het collectief groeit.
Gevaar — je bent uit contact, uit het gesprek. Je overlevingsstand staat aan: vechten, vluchten, bevriezen of pleasen. Hier is de veiligheid werkelijk in het geding. Je ervaart onveilig en je handelt vanuit overleven.
Dit onderscheid maakt het gesprek concreter en persoonlijker. Waar zit jij nu? In comfort, discomfort of gevaar? Dat is een bevraagbare situatie, nooit bediscussieerbare beleving. Dat is de basis voor een waarachtig gesprek over veiligheid.
Natuurlijk zijn er natuurwetten die onveiligheid universeel maken, zoals brand, overstroming, stelen, misbruik, doden, fysiek geweld etc. Geen misverstanden daarover.

De verdwijnende middenzone
Hier zit een wezenlijk probleem dat ik steeds vaker zie. In een tijd waarin er van mensen veel wordt gevraagd, kan de druk zodanig oplopen dat de discomfortzone uit beeld verdwijnt. Het besef van die middenzone vernauwt, en wat overblijft zijn twee zones: comfort en gevaar. Alles wat ongemakkelijk voelt, wordt dan al snel als onveilig gelabeld. Dat is begrijpelijk. Maar het klopt niet, en het heeft grote gevolgen voor hoe we met elkaar omgaan.
Want als de discomfortzone wegvalt uit het gezamenlijke bewustzijn, verdwijnt ook de ruimte om met elkaar te groeien en daarbij gesprekken aan te gaan om te waarderen, te corrigeren, bij te stellen en te begrenzen. De vaardigheid om die zone te herkennen, te benoemen en er bewust in te staan is daarom cruciaal. We moeten onszelf daar opnieuw in oefenen.
Daarbij hoort ook een wezenlijke vraag: hoe worden mensen uitgenodigd om die zone te betreden? Bij voorkeur door anderen die het goede voor hebben, met ruimte voor een eigen antwoord. Maar hoeveel ruimte is er eigenlijk om “nee” te zeggen, of “later” of “anders”, in plaats van altijd maar “ja”? Als die ruimte er niet of nauwelijks is, verschuift de uitnodiging naar druk. En druk duwt mensen van discomfort naar gevaar, ook al is dat nooit de bedoeling geweest. Dat is een grensoverschrijding die zich sluipend voltrekt. Uitnodigen is iets anders dan uitdagen.
Twee soorten grensoverschrijding
Ook het woord “grensoverschrijding” verdient precisie. Er zijn twee grenzen:
De grens tussen comfort en discomfort is een binnengrens. De plek waar leren, onderzoeken en aanpassen beginnen. Hier overheen gaan hoort bij samenwerking en groei, mits er ruimte is om ja of nee te zeggen.
De grens tussen discomfort en gevaar is een buitengrens. Hier gaat het over dwang, dreiging, uitsluiting, manipulatie. Dit is onacceptabel, altijd.
Het verschil benoemen is essentieel. Wie discomfort verwart met gevaar, mist de ruimte om te leren. Wie gevaar afdoet als “even wennen”, doet ernstig onrecht.
Het gesprek begint bij directie en HR
Dit gesprek voert zichzelf niet. Het vraagt om initiatief, borging en structuur. En een besef dat dit de basis is voor het gevoel van thuishoren, verbinden, vertrouwen, van alles eigenlijk. EN je hoeft dit net te starten naar aanleiding van een grote misstap. Het is van alle dag, vooral in de kleine vergeten gesprekken.
Directies en HR-afdelingen zijn aan zet om dit onderwerp actief op de agenda te zetten, niet als reactie op een incident alleen (dat is nodig) maar als structureel onderdeel van beleid en cultuur. Benoem vanuit de directie wat gewenst en ongewenst gedrag is. Hou op met grote woorden als respect, vertrouwen, eigenaarschap, etc. Maak dit concreet in zichtbaar gedrag, niet in algemene gedragscodes die in een la verdwijnen, maar in levende afspraken die iedereen kent en onderschrijft.
Doe dit als een kader voor de basiszaken, en start dan met gesprekken om aan iedereen regelmatig te vragen in welke zone ze zitten,
Leidinggevenden faciliteren het gesprek in hun teams. Zij zijn gespreksleiders, ook over onderwerpen die verder gaan dan vakinhoud: de plek die iemand inneemt, hoe het met iemand gaat, wat er speelt. Dit is niet vrijblijvend. Aan hen is een groep mensen toevertrouwd. Dus breng het gesprek met deze universele nieuwe beelden en duidelijke woorden ter sprake.
Iedereen, ongeacht positie, mag en moet leren het gesprek scherper te voeren. Over wat comfortabel, oncomfortabel is en gevaarlijk. Dit is niet om volledig te zijn maar om het gesprek wel te kunnen voeren. Over wat je nodig hebt van jezelf en van de ander om open te kunnen staan.
Niet alleen kijken naar de “dader”
In geval van overschrijding, richten we de blik doorgaans op degene die de grens overschreed. Begrijpelijk. Maar volledig is dat niet.
Ook de persoon die iets ervaart als overschrijdend, heeft een innerlijk verhaal. Een actuele situatie kan een oude, onverwerkte pijnlijke ervaring raken, iets wat de ander niet kan weten en waarvoor hij of zij niet per definitie verantwoordelijk is. De trigger ligt misschien in het hier en nu. De pijn komt van verder weg. Dit vraagt uiterste preciesie.
Dit ontkent de grensoverschrijding niet. Het voegt er een laag aan toe. Het vraagt van iedereen zelfreflectie op de eigen basishouding: vanuit welke plek reageer ik? Wat raakt er eigenlijk? Is dit wat ik nu meemaak, of klinkt er ook iets van vroeger ervaringen mee?
Het innerlijk gesprek dat hieruit voortkomt, is in mijn ervaring het meest bepalende. Niet alleen voor individueel welzijn, maar voor de kwaliteit van elke samenwerking. Dit is het punt waar ik het meest op wil aandringen.
Inzichten op een rij
- Veiligheid is universeel als thema, maar altijd individueel als beleving.
- “Veilig” en “onveilig” zijn te grofmazig. Gebruik comfort, discomfort en gevaar.
- In de comfortzone wordt het werk gedaan. In de discomfortzone vindt ontwikkeling, aanpassing, vernieuwing en begrenzing plaats. In de gevarenzone treedt de overleving aan.
- Onder hoge druk vernauwt het besef van de discomfortzone. Alles voelt dan al snel als gevaar. Juist die zone moeten we leren herkennen en benoemen.
- Discomfort is niet hetzelfde als onveiligheid. Dat onderscheid is cruciaal.
- Er zijn twee soorten grensoverschrijding: de binnengrens (comfort naar discomfort) en de buitengrens (discomfort naar gevaar).
- Een uitnodiging om de discomfortzone te betreden is alleen vrij als er ook werkelijk ruimte is om nee, of later, of anders te zeggen.
- Directies starten dit gesprek, leidinggevenden houden het gaande, iedereen leert het te voeren.
- Kijk niet alleen naar de “dader” maar ook naar de basishouding van degene die de situatie ervaart.
- Zelfreflectie op je eigen innerlijk gesprek is het meest wezenlijke instrument.
Aanbevelingen
- Stel dit onderwerp actief op de agenda, als onderdeel van cultuur en samenwerking, niet als probleemstelling.
- Vervang de termen “veilig” en “onveilig” door comfort, discomfort en gevaar, en gebruik deze driedeling in gesprekken.
- Investeer in het herkennen en benoemen van de alle zones, en laat ieder daar de eigen beelden en ervaringen over delen
- Maak een groot scherp onderscheid tussen discomfort en gevaar. Het is echt niet hetzelfde, maar wordt wel zo gebruikt zoniet misbruikt
- Maak bij elk incident expliciet over welke grens het gaat, en of er werkelijk ruimte was om nee te zeggen.
- Train leidinggevenden als gespreksleiders om ook déze gesprekken kunnen voeren.
- Geef iedereen bij indiensttreding de basisafspraken mee en nodig hen uit de eigen grenzen te benoemen.
- Maak zelfreflectie op de eigen basishouding en het innerlijk gesprek onderdeel van individueel en collectief werk.
Wil je hierover verder praten?
De bovenstaande inzichten vormen de basis voor programma’s op maat, voor directies, leidinggevenden en teams. Bel of mail voor een verkennend gesprek.
Walter Berghoef — info@hartwerken.nl — hartwerken.nl
Werk hart!



